Sommige journalisten maken het zichzelf gemakkelijk. Even het feit(je) weergeven, wat meningen sprokkelen via straatinterviews, een paar specialisten aan het woord laten (die dan zeggen dat het misschien nog wat te vroeg is om…) en dan aankondigen dat er (misschien) nog nieuwe feiten op komst zijn.
Zulke aankondigingen werken. Het zijn efficiënte trailers om de aandacht voor een bepaald thema vast te houden of nieuwe feiten te creëren. De aankondiging dat Kim Clijsters zou aankondigen dat ze opnieuw ging tennissen was groter nieuws dan de aankondiging zelf. Op de dag dat Clijsters haar persconferentie hield, was de nieuwswaarde al drastisch gedaald. “Zoals wij reeds enkele tijd geleden (!) aangekondigd hebben heeft Kim Clijsters vandaag officieel bekendgemaakt dat zij terug gaat tennissen”, lees of hoor ik dan.
Het verhaal boeiend en spannend houden. Daar gaat het om. “Soms overtreft de realiteit de spanning uit de fictiereeksen”, schrijft VRT-journalist Mark Morren (*), “ en als het moet dan wordt die werkelijkheid maar wat aangedikt tot het verhaal opnieuw boeiend wordt.”
Voor mij hoeft dat allemaal niet. Als een sympathieke leraar in een rustig Vlaams dorpje een moordenaar blijkt te zijn dan is het inderdaad relevant om daarover te berichten en de feiten te duiden. Bij harde feiten horen emoties. Er is dus niks mis als deze emoties, met de nodige bedachtzaamheid en respect voor de journalistieke deontologie, ook in beeld gebracht worden.
Twijfelachtig wordt het als de zoektocht naar het gezicht van het kwaad belangrijker wordt dan een zicht krijgen op de feiten. Een helikoptervisie geeft soms meer inzicht dan de visie vanuit de helikopter. Een reportage over een moordzaak is bovendien iets anders dan het weergeven van een wielerkoers. Ik zat verleden week dus niet te wachten op de helikopterbeelden van het huis en de tuin van de beklaagde. Dat had ook Vlaams minister van de media, Ingrid Lieten, gemerkt. Fijntjes merkte ze in ‘Phara’ op dat “als de VRT geld heeft om een helikopter in te zetten er toch nog kan bespaard worden”.
De reactie van Wim Willems, de hoofdredacteur van het VRT-nieuws, was ontgoochelend. Hij dacht een bijdrage tot het debat te leveren met de mededeling dat die helikopterbeelden maar 75O euro extra hadden gekost. Veel relevanter was het pleidooi van zijn collega Mark Morren om het kwaad te depersonaliseren . “Beelden vissen naar emoties, de empathie met de slachtoffers vertaalt zich in commercieel mediagewin. Daderfoto’s zijn de schandpalen van de moderne tijd”, schreef hij.
In elk geval, de discussie over de rol van de media is aan de gang. Zonder dat de journalisten de kritiek met een cynische commentaar weglachen . En dat is een goeie zaak. Het is ooit anders geweest!
Ook onderling wordt er een aardig potje gediscussieerd. Dat is niet verwonderlijk. Kranten en weekbladen hebben uiteenlopende publieken, redacties verschillende doelstellingen en journalisten diverse, heel diverse meningen over hun beroep.
Maar allen staan ze onder druk. Er is weinig tijd , minder geld voor kwaliteit, minder aandacht voor onderzoek en feitencontrole. De oplages van kranten en weekbladen stijgen nauwelijks , de reclame-inkomsten dalen en de concurrentie, zeker met de overvloed van informatie en meninkjes op het net, neemt toe. Wij schrijft heeft het niet makkelijk om te blijven.
Dat weten ze in Nederland ook. Daar verscheen onlangs het discussieboek ‘ Storm in de media’(*). Ter ere van het gouden jubileum van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren werden tien journalistieke dilemma’s in tijden van crisis voorgelegd aan telkens twee hoofdredacteuren met tegengestelde meningen. Het boek geeft weinig pasklare oplossingen maar wel een boeiend overzicht van hun reacties op stellingen als
‘ commercialisering bevordert de journalistieke mogelijkheden’, ‘ de tijd voor lange verhalen in kranten en tijdschriften is definitief voorbij’ en ‘ alleen door nieuws te populariseren kunnen veel kijkers, luisteraars en lezers bereikt worden’.
Volgens de hoofdredacteur van het NOS-nieuws wordt dat populariseren “ingegeven door marketingdenken, door reclametypes die denken dat ze precies weten wat iedereen wil. Die hun oren laten hangen naar de alles beheersende wens van het publiek. Daar ben ik fanatiek tegen, want het staat haaks op wat de journalistiek moet doen. Dat soort denken leidt tot versimpeling. En niet tot datgene waar de journalistiek voor bedoeld is : op een toegankelijke manier vertellen wat er gebeurt in de wereld”. Voor zijn collega van ‘Revu’ betekent popularisering dat de ganse journalistiek achter hetzelfde aanrent : “je bent bang dat je afwijkt, je durft geen eigen keuzes meer te maken en gaat uit die creatieve armoede maar achter de meute aan. Stel je voor dat je iets mist. En zodra het bot door de journalistieke kudde is afgekloven, draaien we ons weer om en rennen snel naar het volgende item”.
Vlaanderen is Nederland niet. Maar ik zie wel de gelijkenissen. Daar heb ik geen helikopterbeelden voor nodig.
(*) http://multiblog.vrt.be/markmorren/
(*) Nederlands Genootschap van hoofdredacteuren : “Storm in de media.”- Uitgeverij Balans, 2009. 175 blz.



Recente Reacties