Verbale vetzakkerij
12 / 01 / 2009“Wel heb ik nogal wat krachtige termen gehoord , zoals ‘ dictatuur’, ‘schaamteloos’, ‘blabla’ of ‘meineed’. Ik hoop dat wij op een andere manier aan politiek kunnen doen. Sommigen zijn erin geslaagd een betoog te houden zonder het woord werkgelegenheid in de mond te nemen, zonder het te hebben over de begroting of het klimaat.” Dat zei premier Herman Van Rompuy op 2 januari tijdens het debat over de regeringsverklaring. Hij maakte zich druk dat er meer krachttermen worden gebruikt in het debat dan belangrijke politieke trefwoorden zoals ‘werkgelegenheid’.
Nu is er in het parlement weliswaar een kleine opleving van een dichtvorm zoals de haiku maar in de politieke communicatie overheerst toch het scheldproza. Laat ons wel wezen, een parlementaire debat hoeft geen gesprek tussen koorknapen te zijn, een levendig debat veronderstelt dat er krachtig wordt geformuleerd. De puntjes op de i zetten schept bovendien meer aandacht dan toonloos gewauwel of monotoon gebeuzel.
Maar helemaal ongelijk heeft Herman Van Rompuy niet. Schelden kan briljant zijn. Dat bewees o.a. Louis Tobback toen hij in de oppositie zat. Maar de manier waarop nu gescholden wordt is zelden briljant. Ook schelden moet in verhouding zijn. Een politieke tegenstander telkens fascist noemen als je een grondig meningsverschil met hem hebt, draagt weinig bij in een debat. Trouwens, wat zeg je dan tegen een echte fascist? Die verhoudingen lijken zoek. Schelden behoort voor sommigen blijkbaar tot de meest edele vorm van vrije meningsuiting. Voor hen hoort dit bij het “duidelijk benoemen van de dingen”. Ook daar is veel voor te zeggen. Bepaalde problematieken als onbespreekbaar beschouwen of onder de mat schuiven is inderdaad niet de meest verstandige houding in een democratie. Maar of elk maatschappelijk probleem met een scheldwoord moet omschreven worden is uiterst twijfelachtig. Toch lijkt het scheldwoord hoe langer hoe meer de beste affiche om de kiezer te benaderen. Hij heeft dat weer eens goed gezegd!! Verbale vetzakkerij als efficiënte retoriek.
“Ondertussen is het duidelijk geworden dat ‘ het benoemen van de problemen’Â alleen tot verergering ervan heeft geleid. In de strijdleuzen van de nieuwe patriotten klinkt een ondertoon van agressief triomfalisme door die alleen maar tot meer frustratie en wrok kan leiden bij de allochtonen”, schrijft Cyrille Offermans in zijn mooie essaybundel “Schipbreuk”.
Â
Over die populaire probleemkunstenaars gaat het ook in het boek “Vladiwostok!” van P.F. Thomése. Daarin tracht een cynisch politiek adviseur en communicatiestrateeg zijn politieke vriend op de kaart te zetten. Zijn strategie? Zijn advies? “De kunst was niet om oplossingen te verzinnen. Het was de kunst om voor elke oplossing nieuwe problemen aan te dragen. Politiek kwam neer op het produceren van problemen. Het was de zaak het juiste probleem onder woorden te krijgen en zich daarmee te afficheren. Net zo lang tot zich een beter probleem aandiende. Als een probleemkunstenaar het gevoel van onmacht bij de kiezer te bespelen. Onlust. Onbehagen. Ontevredenheid. De drie o’s van de democratie. Rond, leeg en duidelijk.”.
Het resultaat van dit alles is ook een o, die van de onverschilligheid.



Recente Reacties