Het jaar van de angst. Dat is de titel van heel wat jaaroverzichten in kranten en weekladen. Angst voor wat zou kunnen gebeuren, onbehagen over wat er gebeurt of niet gebeurd is. Er ruist vooral onzekerheid in het struikgewas.
Zelfs in een onderbroek kan er een bom zitten. Een mens zou er schrik van krijgen. Het was wel een goed jaar voor de handelaren in angst : populisten, doemdenkers, kaartlezers en gebedsgenezers. Angst is een slechte raadgever, maar de productie van illusies draait op volle toeren. Het bijgeloof verzet bergen.

Mijn beste wensen, beste lezer : rij trager, zet je verstand in een hogere versnelling. De toekomst heeft vrije gedachten nodig.Veel leesplezier maar blijf je eigen verhaal schrijven. Of toch minstens een paragraaf.
“Met een roman zijn wij in staat om een vorm te creëren, een elastische, veranderlijke vorm waarmee wij in staat zijn om een serieus onderzoek naar de mens te doen. Het is een vrijere manier om naar onze eigen beeldvorming te kijken, een manier waarvoor de wetenschap niet toereikend is, de religie niet geloofwaardig en waarbij de metafysica te intellectueel afschrikwekkend aan de oppervlakte blijft. “
(Ian McEwan in gesprek met Zadie Smith in ‘De Groene Amsterdammer’ van 4 dec. 2009)“Maar toen kwam de sneeuw, elke stap tussen huis, schuur en kuil werd zichtbaar. Haar moeder kon haar niet meer stiekem haar eten brengen. Je kon in de hele tuin de voetstappen lezen. De sneeuw verklikte, ze moest vrijwillig haar schuilplaats verlaten, vrijwillig gedwongen door de sneeuw. Dat vergeef ik de sneeuw nooit, zei ze. Pasgevallen sneeuw valt niet na te maken, je kunt sneeuw niet zo arrangeren dat hij er ongerept uitziet. Aarde kun je arrangeren, zei ze, ook zand en zelfs gras als je er moeite voor doet. En water arrangeert zich vanzelf, omdat het alles opslokt en zich meteen weer sluit als het heeft geslikt. En de lucht is altijd gearrangeerd, omdat je die helemaal niet kunt zien. Alles behalve de sneeuw zou gezwegen hebben, zei Trudi Pelikan. Dat de dikke sneeuw de hoofdschuldige was. Dat hij weliswaar in de stad was gevallen, alsof hij onmiddellijk de Russen van dienst was geweest. Door het verraad van de sneeuw ben ik hier, zei Trudi Pelikan”.
( Herta Müller : ‘Ademschommel’. De Geus, Breda, 2009. 310 blz.)
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>“Want het leven lacht om vooruitzichten, laat woorden vallen waar we aan stiltes hadden gedacht en arrangeert ontmoetingen terwijl we dachten dat we elkaar nooit meer tegen zouden komen”
(José Saramago : ‘ De tocht van de olifant’. Meulenhoff, Amsterdam, 2009. 208 blz.)“Er zit op het eerste gezicht een merkwaardige onevenwichtigheid in die kritiek (op het cultuurrelativisme, JG). Aan de ene kant wordt cultuurrelativisme verweten dat ze de verschillen tussen culturen overdrijven ( tegenover universalisme), aan de andere kant heet het dat relativisten relevante verschillen tussen culturen miskennen (namelijk door die gelijkwaardig te maken). Voor een deel ligt dat aan de tegenstrijdige uitgangspunten van het cultuurrelativisme zelf, dat de gelijkwaardigheid van culturen wil verdedigen en daarmee toch een universele morele pretentie heeft. Maar de onevenwichtigheid hangt ook samen met het dubbele oogmerk van veel eigentijdse critici van cultuurrelativisme, met name politici : zij willen in de eerste plaats volhouden dat er wel degelijk universele waarden bestaan ( en dat de verschillen tussen culturen dus bij nader inzien oppervlakkig zijn), maar daarnaast ook claimen dat die waarden in ‘onze cultuur’ zijn ontdekt of het best worden vormgegeven (zodat die cultuur dus superieur is)”.
(Sjoerd de Jong : ‘ Een wereld van verschil’. De Bezige bij, Amsterdam, 2008. 304 blz.) “Hij kijkt door zijn brilleken slechts één mensch per avond aan. Het is ook onmogelijk naar iedereen te kijken en alles volkomen te begrijpen”.
( Louis Paul Boon : ‘ Vergeten straat’. Heruitgave van 1946. De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen, 2009. 296 blz.) “Wij slurpen zoveel mogelijk feiten op, alsof dat zou lukken de leegte alsnog op te vullen, wat niet lukt natuurlijk”.
(Marten Toonder in : Dick Matena&Marten Toonder : ‘ Wat jij jonge vriend?’. Brieven 1979-1991. De Bezige Bij, Amsterdam, 2009. 285 blz.) “Betalen voor de eigen dromen is waarschijnlijk de ergste vorm van wanhoop die er bestaat”
(José Saramago : ‘ De tocht van de olifant’. Meulenhoff, Amsterdam, 2009. 208 blz.)“We denken dat we onze geliefden kennen”.
(Eerste zin van ‘Het verhaal van een huwelijk’ van Andrew Sean Greer. Anthos, Amsterdam. 2008. 24O blz.)“Ik ken hem niet eens”
(Eerste zin van ‘Het onverwachte antwoord’ van Patricia De Martelaere. Meulenhoff,Amsterdam, 2009. 285 blz.) “De hand van mijn vrouw maakte mij wakker, maar de angst in haar stem maakte mij waakzaam”.
(Eerste zin van ‘ De heining’ van Jan Van Loy. Nieuw Amsterdam, 2009. 157 blz.) “Hij begreep niet waarom hij zo oud moest worden, terwijl de dingen zo langzaam voorbij gingen, stille voorbij, maar zo slepend, als waren ze, de dingen van vroeger, spoken, die slierden heel lange sluiers langs heel lange paden, en als ritselden de sluiers over de warrelende bladeren, die neerdwarrelden over het pad. Zijn heel lange leven van oude man had hij de dingen voorbij zien gaan en hij had dikwijls niet begrepen, dat ze zo te zien voorbij gaan, niet te veel was voor het verstand van een mens. Maar de dingen hadden hun sluiers geslierd en de bladeren hadden maar even geritseld”.
(Louis Couperus : ‘Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan…’. Heruitgave van 1906. Anthenaeum-Polak&Van Gennep, Amsterdam, 2009. 256 blz.) “…alleen leek de werkelijkheid, diezelfde kleine werkelijkheid die dienstdeed als ankerplaats voor de grote werkelijkheid, haar contouren te verliezen, alsof het verstrijken van de tijd de dingen een zekere poreusheid gaf en dat wat op zich, van nature, al licht en bevredigend en werkelijk was, deed vervagen en nog lichter maakte”.
(Roberto Bolano : ‘ 2066’. Meulenhoff, Amsterdam, 2009. 1070blz.)“Mijn niet bevredigende leven bood ettelijke mogelijkheden. Dat ruil je nou eenmaal niet in tegen een leven met slechts één mogelijkheid, die misschien bevredigend zou kunnen zijn”
(Helmut Krausser : ‘Eros’. De Geus, Amsterdam, 2008. 287 blz)
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>“Morele eisen houden in de politiek echter altijd iets charitatiefs, zolang zij zich niet kunnen beroepen op geïnstitutionaliseerde, dus afdwingbare rechten.(…) Mensenrechten worden voorlopig niet alleen op hoogst selectieve wijze toegepast, maar door de grootmachten ook als retorisch vijgenblad misbruikt voor hun ononderbroken voortgezette machtspolitiek. Die bedroevende toestand versluiert de radicale betekenis van de mensenrechten, die pas tot zijn recht komt op het ogenblik dat het verschil tussen mensen- en burgerrechten in een ‘civiele wereldorde’ zou verdwijnen”.
(Jürgen Habermas : ‘ Geloven en weten’. En andere politieke essays. Boom, Amsterdam. 2009. 239 blz.)“Het wordt tijd dat links met zijn eigen veren gaat pronken i.p.v. met de geblondeerde van een ander”
(Politieke kommentaar in ‘ De Groene Amsterdammer’ van 3 april 2009)
Recente Reacties